Hoofdstuk 305
"Wil je een sigaret?" vraag ik, hem er een aanbiedend. Hij kijkt op met een schok, duidelijk niet horend dat ik dichterbij kwam. Hij kijkt naar het pakje sigaretten dat ik heb opengeklapt. Hij kijkt ernaar alsof hij even de tijd neemt om te begrijpen wat ik zei voordat hij me een ernstige glimlach geeft.
" Dank je wel...zoon." Hij pakt er een en ik pak mijn aansteker, open hem en steek de sigaret voor hem aan.
Ik stap achteruit, leun tegen de pilaar, zet er een voet tegenaan, en rook mijn eigen sigaret terwijl ik naar de lucht kijk. Het weer is helder en warm, maar het past niet meer bij de stemming.