Hoofdstuk 669
Mijn hart bonkt in mijn borstkas als mijn maat zijn laarzen uitschopt en zijn shirt over zijn hoofd trekt. Als zijn handen vervolgens naar zijn riem gaan, hem behendig losmaakt en vervolgens zijn broek openknoopt, en hem op de grond begint te duwen, wordt mijn mond droog.
En ik vergeet te ademen.
Want tot nu toe heb ik me heel dapper gevoeld.