Hoofdstuk 410
Ik trek een vies gezicht als ik door de eetkamer naar binnen ga om te gaan eten, want ik weet maar al te goed dat ik te laat ben en niet goed gekleed.
Maar ik lach terwijl ik probeer de deur zachtjes achter me dicht te duwen, want mijn verzamelde familie juicht bij mijn aankomst. Het laat me weten dat ik een volslagen idioot was om te denken dat ik zomaar... stilletjes de kamer binnen kon sluipen en kon doen alsof ik de hele tijd hier was.
"Het spijt me, het spijt me!" protesteer ik, mijn handen omhoog stekend, een klein envelopje stevig vastgehouden in een van de handen. "Ik ben erg onbeleefd en het slechtste kind van het jaar."