Hoofdstuk 57 Sabel
Sabel
Ik ben me er niet eens van bewust dat ik in slaap val, gewikkeld in Ridges armen. Maar terwijl zijn warmte en die frisse, houtachtige geur die zo uniek voor hem is, over me heen spoelen, vallen mijn oogleden dicht. Even later geef ik me over aan dromen.
Ik ben terug in de paringshut, staand tussen alle vier de mannen: Ridge, Dare, Trystan en Archer. Het kan me geen moer schelen dat er geen magie om ons heen is, niets dan het verlangen dat tussen ons opkomt. Ridges lippen raken de mijne en Trystans handen bewegen over mijn blote huid. Dare drukt op mijn rug, bewijs van zijn opwinding heet tegen mijn kont, terwijl Archer een dozijn kleine kusjes op mijn sleutelbeen plaatst, bewegend met pijnlijke traagheid. Ik sluit mijn ogen, mijn huid gonst van behoefte.