Hoofdstuk 13 Minnaar
Sebastian wreef lang over het midden van zijn wenkbrauwen. Uiteindelijk keek hij met bloeddoorlopen ogen naar het briefje op de salontafel. Het was een eenvoudig briefje dat leek op een stukje tissue uit een tissuedoos. Ondanks dat was het handschrift erop kinderlijk, met een vleugje stoutmoedigheid.
"Wat voor handschrift is dit?" "Van een man?" riep Luke uit.
Er lag een angstaanjagende blik in Sebastians rode ogen, alsof hij zichzelf nauwelijks kon bedwingen om moord te plegen. "Een man? Haar overspelige?"