Hoofdstuk 67
Nina
Nadat Enzo mij had afgezet, ging ik naar boven en ging meteen naar bed.
Die nacht droomde ik over Enzo. In de dromen was hij niet zomaar een mens, maar een enorme wolf met zilveren vacht en rode ogen. Ik zat op zijn rug terwijl hij door het bos liep, mijn vingers verstrengeld in zijn vacht. Er zat iets troostends in.