Hoofdstuk 64 Boek 2 Hoofdstuk 12
Het standpunt van Caleb
Van alle manieren waarop vandaag had kunnen aflopen, was dit het enige scenario dat ik nooit had overwogen. Hoe kon ze me slaan? Ik heb mijn ouders nog nooit een hand naar elkaar zien opsteken. Ik ben nog nooit zo boos geweest op Daphne. Eerlijk gezegd kan ik mijn woede nu nauwelijks bedwingen. Ik moest het huis verlaten voordat ik iets zou zeggen of doen waar we allebei spijt van zouden krijgen.
Momenteel storm ik richting het bos. Ik hoop dat een lekker lang stuk hardlopen met mijn wolf mijn hoofd leegmaakt. Ik kan niet geloven hoeveel woede er nu door me heen raast. Ze heeft me niet alleen geslagen, maar ze dacht ook dat ik haar zou bedriegen. Daphne heeft zo weinig vertrouwen in me. Ik weet dat ze een moeilijk verleden heeft, maar ik heb nog nooit iets gedaan waardoor ze tot die conclusie zou komen. Ik kijk niet eens naar andere vrouwen.