Hoofdstuk 32
Daphne's standpunt
Als ik de volgende ochtend wakker word, merk ik dat ik verstrikt ben in Calebs armen. Het voelt fijn, maar ik ben een muur tussen ons aan het optrekken. Mijn emoties zijn een puinhoop. Na gisteravond heb ik gewoon wat ruimte nodig. Ik wurm me los uit Calebs greep en duw mezelf van het bed af. Ik wil Caleb niet wakker maken; ik moet eruit en rennen. Ik moet mijn hoofd leegmaken. Geen lessen, geen training, geen zaken met partners, alleen ik, mijn wolf en het bos. Als ik met succes van het bed af ben, haast ik me naar de kast en vind mijn oude joggingbroek en T-shirt. Ik trek ze aan, pak mijn tennisschoenen en loop naar de deur. Ik doe hem open en kijk Caleb blij aan dat ik eruit kom zonder hem wakker te maken.
Ik ga de voordeur uit en ga op de treden zitten om mijn schoenen aan te trekken. Het is vroeg in de ochtend en de zon is nog niet opgekomen, maar de lucht wordt al lichter van kleur, waardoor alles zichtbaar wordt. Er hangt een frisse lucht en ik weet dat de winter er snel aankomt. Met mijn schoenen aan ren ik naar de trainingsvelden. Ik heb het gevoel dat ik het gebied redelijk goed ken en dat ik er na een korte run weer terug kan. Mijn wolf wil graag vrij zijn. Ze moet haar benen strekken en even vrij zijn.