Hoofdstuk 95 Sabel
Sabel
Ik ben alleen, en loop door een koude, vochtige grot. Ik hoor het druppelen van water op steen, voel de koude wind van de ondergrond, maar ik kan nauwelijks mijn hand voor mijn gezicht zien. De duisternis is zo absoluut dat het voelt als een fysieke entiteit, die me in de gaten houdt, me aanspoort. Mijn hart racet, en ik heb een sterke drang om terug te keren.
Word wakker, Sable, zeg ik tegen mezelf.