Hoofdstuk 121 Sabel
Sabel
Natuurlijk is het Trystan die tegen mijn wil in de slaapkamer binnenstormt, alsof hij de baas is.
Maar ik kan niet eens boos zijn. Het gezicht van hem die in de deuropening opdoemt, zijn schouders zo breed dat hij er nauwelijks in past, is een welkome. Dan ligt hij op het bed, zijn armen warm en echt om me heen. Ik pak zijn t-shirt vast en leun tegen hem aan, adem zijn geur in, en put kracht uit zijn aanwezigheid.