Hoofdstuk 445
De oude man loenste naar me voordat de herkenning zich over zijn gezicht verspreidde. "Wat wil je in godsnaam?" vroeg hij voordat hij ging zitten. Zonder koffie om vast te houden, bleven zijn handen wiebelen.
"Ik wilde even met je praten."
"De laatste keer dat je wilde kletsen, blokkeerden je handen mijn luchttoevoer." Hij gromde een paar dingen die ik niet verstond, maar ik kon wel raden wat de strekking ervan was.